Wat is cashflow? Uitleg met rekenvoorbeeld

Wat is cashflow? Het geld dat in een periode echt op je rekening binnenkomt, min het geld dat er echt uitgaat. Een ander woord ervoor is kasstroom. Het zegt niet wat je verdient, maar wat je kunt betalen.

Een winstcijfer stelt gerust.
Een banksaldo liegt niet.
Tussen die twee zit je cashflow.

Wie dat verschil snapt, stuurt anders. Hieronder lees je wat cashflow betekent, uit welke drie stromen hij bestaat, hoe je hem berekent en hoe een kasstroomoverzicht eruitziet, met een rekenvoorbeeld.

Wat is cashflow precies?

Cashflow is de beweging van geld. Geld dat binnenkomt, omdat een klant betaalt of de bank een lening stort. Geld dat uitgaat, omdat je salaris, huur, een leverancier of een nieuwe machine betaalt.

Tel je alles op wat in een maand binnenkwam en trek je alles af wat eruit ging, dan heb je je cashflow over die maand. Komt er meer binnen dan eruit gaat, dan is hij positief. Gaat er meer uit, dan is hij negatief.

Wat cashflow betekent, is dus heel letterlijk: de stroom van je kas. Kasstroom is een ander woord voor cashflow, je komt beide tegen in de boekhouding. Het gaat over echt geld, niet over bedragen die nog onderweg zijn.

Cashflow is geen winst

Hier gaat het vaak mis. Winst is een boekhoudkundig resultaat: je omzet min je kosten over een periode. Die omzet telt mee zodra je factureert, ook als de klant nog niet heeft betaald.

Cashflow telt pas als het geld er is.

Twee voorbeelden laten het verschil zien. Een factuur die je in december verstuurt, staat in je winst van dit jaar. Betaalt de klant in februari, dan zit het geld pas volgend jaar in je cashflow. Andersom werkt het ook. Koop je een bus van 35.000 euro, dan gaat dat geld in één keer van je rekening. In je winst zie je hem terug als afschrijving, verdeeld over een aantal jaren.

Zo kan een bedrijf winst maken en toch zonder geld komen te zitten. De Zaak beschrijft precies dat risico: wie groei financiert met voorraad en openstaande facturen en niet op tijd extra financiering zoekt, kan winstgevend failliet gaan.

Het probleem zit dan niet in de winst, maar in het zicht op je geld.

De drie kasstromen in je bedrijf

In de boekhouding splits je cashflow op in drie soorten. Elk vertelt iets anders.

Operationele kasstroom: wat je bedrijf zelf oplevert

De operationele kasstroom, ook operationele cashflow genoemd, is het geld uit je gewone werk. Betalingen van klanten erin. Salarissen, huur, inkoop en belasting eruit. Dit is de belangrijkste van de drie. Hij laat zien of je bedrijf zichzelf kan dragen.

Investeringskasstroom: wat je in je bedrijf stopt

Hier staat geld voor de aan- of verkoop van bezittingen. Een machine, een bus, een verbouwing, software die je koopt. Bij een groeiend bedrijf is deze stroom meestal negatief. Dat is niet erg, zolang je weet waar het geld vandaan komt.

Financieringskasstroom: hoe je het betaalt

Dit is geld van en naar je financiers. Een lening die binnenkomt, aflossingen die eruit gaan, een storting van een aandeelhouder, een uitkering aan jezelf als eigenaar. Volgens De Zaak horen leningen, aflossingen en winstuitkeringen hier thuis.

Samen vormen de drie het kasstroomoverzicht: waar je geld vandaan kwam en waar het naartoe ging.

Cashflow berekenen: twee manieren

Er zijn twee manieren om je operationele kasstroom te berekenen. Ze komen op hetzelfde uit, maar beginnen ergens anders.

De directe methode

De eenvoudigste formule voor cashflow is: alle ontvangsten van klanten min alle betalingen voor je gewone werk. Je pakt je bankafschriften van een maand en telt, zonder leningen en investeringen.

Stel: in maart ontving je 42.000 euro. Je betaalde 47.000 euro aan salarissen, huur, leveranciers en btw. Je operationele kasstroom over maart is dan min 5.000 euro. Voor een kleiner bedrijf is dit vaak de handigste manier.

De indirecte methode

De indirecte methode werkt andersom. Je begint bij je winst en haalt eruit wat geen geld was. De formule is: nettowinst plus afschrijvingen plus de mutaties in je werkkapitaal, zo rekent ook Qonto.

Afschrijvingen tel je op. Ze drukken je winst, maar je betaalde dat geld al eerder, bij de aankoop. Stijgen je openstaande facturen of je voorraad, dan trek je dat af. Dat geld zit nog bij je klant of op de plank. Wat werkkapitaal precies is en hoeveel geld je groei daarin vastzet, lees je in het stuk over cashflow verbeteren bij groei.

Zo ziet een kasstroomoverzicht eruit: een voorbeeld

Een rekenvoorbeeld maakt het tastbaar. Stel: een groeiend installatiebedrijf sluit het jaar af met 80.000 euro nettowinst. Dat voelt goed. Maar zo ziet het kasstroomoverzicht eruit:

Nettowinst: plus 80.000 euro
Afschrijvingen: plus 20.000 euro
Meer openstaande facturen bij klanten: min 45.000 euro
Meer voorraad: min 15.000 euro
Meer openstaande rekeningen bij leveranciers: plus 10.000 euro
Operationele kasstroom: plus 50.000 euro

Nieuwe bedrijfsbus: min 35.000 euro
Investeringskasstroom: min 35.000 euro

Aflossing op de lening: min 25.000 euro
Financieringskasstroom: min 25.000 euro

Netto cashflow over het jaar: min 10.000 euro

Tachtigduizend euro winst. En toch staat er aan het eind van het jaar tienduizend euro minder op de bank dan aan het begin.

Niemand heeft iets fout gedaan. Er is meer werk, dus er staan aan het eind van het jaar meer facturen open. De bus was nodig. De bank wil haar aflossing. Maar wie alleen naar de winst kijkt, ziet dit pas als de rekening-courant het zegt.

Vrije kasstroom: wat er echt overblijft

Uit hetzelfde overzicht haal je nog een getal: de vrije kasstroom. In het Engels heet dat free cash flow. Het is je operationele kasstroom min de investeringen die nodig zijn om je bedrijf draaiende te houden. Zo staat het ook bij Qonto over vrije kasstroom berekenen.

In het voorbeeld is dat 50.000 min 35.000 euro: 15.000 euro vrije cashflow. Dat is het geld waaruit je aflost, uitkeert of je volgende stap betaalt. Hier was het kleiner dan de aflossing. Daarom daalde het saldo.

Vrije kasstroom is ook het getal waar een koper naar kijkt als je ooit verkoopt. Hoe dat werkt, lees je in waarom cashflow je bedrijfswaarde bepaalt.

Positieve of negatieve cashflow: wat zegt het?

Een positieve cashflow is prettig. Maar het is geen rapportcijfer. Een bedrijf dat stopt met investeren, heeft een tijdje een mooie kasstroom. Tot de machines op zijn.

Een negatieve cashflow is ook geen ramp op zich. In een maand waarin je een grote investering doet, is hij logisch negatief. De vraag is waar het tekort zit.

Zit het in de investeringen, met een plan erachter? Dan is het een keuze.
Zit het in de operationele kasstroom, maand na maand? Dan draagt je bedrijf zichzelf niet.
Zit het in de financiering, omdat je aflossingen niet bij je bedrijf passen? Dan is het een afspraak die je kunt herzien.

Een korte regel die standhoudt: winst laat zien of je bedrijf goed werkt, cashflow laat zien of het de komende maanden overleeft.

Cashflow lezen is een gewoonte

Een kasstroomoverzicht zie je hooguit één keer per jaar, bij de jaarrekening, als je er al een krijgt. Dan is het nieuws al oud.

Maak het lezen van je cashflow daarom iets van elke maand. Leg je drie kasstromen naast je winst. Kijk welke stroom het verschil maakt. Mijn advies is om er een vast moment voor te kiezen, met je cijfers op tafel en niet je gevoel. Wil je dat structureel inbouwen, met een groeiplan dat erbij hoort? Lees hoe Het Groeisysteem werkt.

Niet morgen.
Niet na de drukte.
Deze maand.

Sterke ondernemers wachten niet, ze kiezen vandaag.

Weet jij wat er over acht weken op je rekening staat?

Lees verder
Cashflow verbeteren: waarom groei je kas leegtrekt en wat je eraan doet


Over de auteur

Beschrijving

Han Doorenbosch

Serieel ondernemer met meer dan 25 jaar ervaring en oprichter van TrainMore, ClubSportive en The Urban Gym Group, gespecialiseerd in het opschalen en herstructureren van bedrijven.



Laat een reactie achter

Volgende
Volgende

Eigenaarschap in je team: van meedenken naar verantwoordelijkheid nemen