Werkkapitaal berekenen is één aftreksom: je vlottende activa min je kortlopende schulden. Wat overblijft, is het geld waarmee je bedrijf de komende maanden draait. Is het positief, dan kun je je rekeningen op korte termijn betalen. Is het negatief, dan leun je op geld dat je nog niet hebt.
Groei voelt als vooruitgang.
Op je balans ziet hij er anders uit.
Elke extra order zet eerst geld vast.
Daarom is werkkapitaal geen cijfer voor de jaarrekening, maar een rem op je groei of een motor erachter. Dit stuk zet de rekensom op een rij: wat werkkapitaal is, hoe je het berekent, wat liquiditeit en solvabiliteit erover zeggen, en hoe je dat in je eigen cijfers terugziet.
Wat is werkkapitaal?
Werkkapitaal is het geld dat vastzit in de dagelijkse gang van je bedrijf. Het verschil tussen wat je op korte termijn hebt en wat je op korte termijn moet betalen. MKB Servicedesk omschrijft het als het verschil tussen je vlottende activa en je vlottende passiva.
Vlottende activa zijn bezittingen die binnen een jaar geld worden of al geld zijn. Je voorraad. Je debiteuren: facturen die klanten nog moeten betalen. Het saldo op je bank.
Kortlopende schulden, op de balans vlottende passiva, zijn alles wat je binnen een jaar moet betalen. Je crediteuren: rekeningen van leveranciers. Btw en loonheffing die nog af moeten. Een rekening-courantkrediet of een deel van een lening dat dit jaar vervalt.
Wat werkkapitaal betekent, in één zin: werkkapitaal is wat je op korte termijn hebt, min wat je op korte termijn moet betalen.
Werkkapitaal berekenen: de formule
Er zijn twee gangbare manieren. Ze beantwoorden een net andere vraag.
De brede formule
Werkkapitaal = vlottende activa min kortlopende schulden.
Dit is de formule die je op de meeste plekken tegenkomt. Ook Stripe schrijft dat netto werkkapitaal en werkkapitaal meestal dezelfde berekening zijn: vlottende activa min kortlopende schulden. Hij laat zien of je je korte schulden kunt dragen met wat je op korte termijn bezit.
Netto werkkapitaal in enge zin
Netto werkkapitaal = debiteuren plus voorraad min crediteuren.
Hier tel je alleen wat je gewone werk vastzet: voorraad en debiteuren, min je crediteuren. Banksaldo, kredieten en belastingschulden laat je weg. Dit is het geld dat je bedrijf zelf voorschiet tussen inkopen en betaald krijgen. In het stuk over cashflow bij groei heet dit getal kortweg werkkapitaal. Stripe, een betaalbedrijf, noemt dit de engere berekening, die alleen kijkt naar hoe goed je kernactiviteit verkopen omzet in geld. Voor een ondernemer in de groeifase is dit vaak het nuttigste getal. Het laat zien hoeveel geld je groei opslokt, los van hoe je die financiert.
Een rekenvoorbeeld op een balans
Stel: je hebt een groothandel in bouwmaterialen. Op je balans staat dit.
Voorraad: 120.000 euro
Debiteuren: 90.000 euro
Bank: 30.000 euro
Vlottende activa: 240.000 euro
Crediteuren: 70.000 euro
Btw en loonheffing: 30.000 euro
Rekening-courantkrediet: 60.000 euro
Kortlopende schulden: 160.000 euro
Het werkkapitaal is 240.000 min 160.000 euro: 80.000 euro. Positief, dus op papier in orde.
Het netto werkkapitaal in enge zin is 120.000 plus 90.000 min 70.000 euro: 140.000 euro. Dat bedrag aan geld zit vast in dozen en openstaande facturen, na aftrek van wat je leveranciers je voorschieten.
Waarom groei werkkapitaal kost
Nu groeit je omzet met een kwart. Mooi. Je voorraad, je debiteuren en je crediteuren groeien in hetzelfde tempo mee.
Voorraad wordt 150.000 euro.
Debiteuren worden 112.500 euro.
Crediteuren worden 87.500 euro.
Je netto werkkapitaal stijgt van 140.000 naar 175.000 euro. Die 35.000 euro extra moet ergens vandaan komen. Uit je bank, uit je rekening-courant, of uit je eigen zak.
Dat is de rem. Niet de markt houdt je tegen, maar het geld dat je groei vooraf vraagt. Hoe sneller je groeit, hoe groter dat voorschot. Hoe dat geld weer vrijkomt, lees je in hoe je cashflow verbetert als je groeit: sneller factureren, strakker innen, bewuster inkopen.
Zo zie je vooraf wat je groei kost, in plaats van achteraf via de bank.
Liquiditeit berekenen: current ratio en quick ratio
Werkkapitaal is een bedrag. Liquiditeit is de vraag of je de komende maanden je rekeningen kunt betalen. De liquiditeitsratio's maken van dat bedrag een verhouding. Dat helpt bij vergelijken: 80.000 euro is veel voor een klein bedrijf en weinig voor een groot.
Current ratio
Current ratio = vlottende activa gedeeld door kortlopende schulden.
In het voorbeeld is dat 240.000 gedeeld door 160.000: 1,5. Volgens MKB Servicedesk geldt een bedrijf over het algemeen als financieel gezond bij een current ratio van minimaal 1,5. Boven de 2 heb je veel geld liggen dat je misschien beter in je bedrijf kunt steken.
Quick ratio
Quick ratio = vlottende activa zonder voorraad, gedeeld door kortlopende schulden.
Voorraad haal je eruit, omdat je die niet morgen in geld omzet. In het voorbeeld blijven debiteuren en bank over: 90.000 plus 30.000 is 120.000. Gedeeld door 160.000 is dat 0,75. Dezelfde bron noemt een quick ratio boven de 1 over het algemeen veilig. Dan ben je voor je schulden niet afhankelijk van je voorraad.
Dat is het verschil. Met een current ratio van 1,5 lijkt de groothandel gezond. De quick ratio laat zien dat hij zijn schulden alleen haalt als de voorraad ook echt verkoopt. Daar valt mee te leven, zolang de voorraad loopt. Maar het is een liquiditeitsratio die je wilt kennen voordat je extra inkoopt.
Solvabiliteit berekenen, en waarom dat iets anders zegt
Liquiditeit gaat over de korte termijn: kun je de komende maanden betalen? Solvabiliteit gaat over de lange termijn: hoe afhankelijk ben je van geleend geld?
Solvabiliteit = eigen vermogen gedeeld door totaal vermogen, maal 100 procent. Zo staat het ook bij MKB Servicedesk over solvabiliteit.
Stel dat de groothandel 150.000 euro eigen vermogen heeft op een balanstotaal van 500.000 euro. De solvabiliteit is dan 30 procent. MKB Servicedesk noemt 25 tot 40 procent gezond. De Zaak maakt onderscheid per soort bedrijf: bij dienstverleners is 15 procent al goed, bij handel 25 en bij productie 25 tot 30. Voor de groothandel uit het voorbeeld ligt de lat dus op 25; met 30 procent zit hij erboven. Het precieze minimum hangt af van hoe snel je je bezittingen kunt verkopen.
De twee staan los van elkaar. Of zoals De Zaak het zegt: je kunt veel eigen vermogen hebben zonder een cent op de bankrekening. Een solide bedrijf kan dus toch krap zitten. En een bedrijf met veel geld op de bank kan zwaar geleend hebben.
Negatief werkkapitaal is niet altijd slecht
Het hangt af van waar het tekort vandaan komt.
Een bedrijf waar klanten direct afrekenen en leveranciers pas later hun geld krijgen, kan prima met negatief werkkapitaal werken. Daar financieren de leveranciers in feite de voorraad. Zo is het verdienmodel gebouwd.
Anders wordt het als je negatief uitkomt omdat je rekening-courant vol staat en de Belastingdienst nog moet worden betaald. Dan financier je je dagelijkse werk met geld dat je op korte termijn kwijt bent. Kijk dus niet alleen naar het getal, maar naar de posten erachter.
Wat je met deze getallen doet
Een balans lezen is geen doel op zich. Het gaat erom dat je weet wat je groei kost, voordat je hem inzet.
Reken je werkkapitaal elk kwartaal uit, in beide vormen.
Zet je current ratio en quick ratio ernaast.
Kijk welke post het hardst groeit: voorraad, debiteuren of je eigen schulden.
Groeit je netto werkkapitaal harder dan je omzet? Dan zit er geld vast dat niets doet. Daar begint werkkapitaal verbeteren: bij de post die je het langst laat liggen. Soms betekent dat stoppen met iets. Met een klant die structureel op negentig dagen betaalt. Met een productlijn die maanden op de plank ligt.
Hoeveel weken je bedrijf doorkan zonder nieuwe inkomsten, is de volgende vraag. Die staat centraal in het stuk over risicomanagement in het mkb. Wil je je cijfers vast in je groeiplan opnemen? Kijk dan naar Het Groeisysteem.
Groei die je vooraf kunt betalen, is groei die blijft. Succes is geen toeval.
Hoeveel geld vraagt jouw volgende groeistap, voordat hij iets oplevert?
Lees verder
Cashflow verbeteren: waarom groei je kas leegtrekt en wat je eraan doet
Over de auteur
Han Doorenbosch
Serieel ondernemer met meer dan 25 jaar ervaring en oprichter van TrainMore, ClubSportive en The Urban Gym Group, gespecialiseerd in het opschalen en herstructureren van bedrijven.
